NMO adviseert nationale lijst van 17 kritieke grondstoffen

7 juli 2026

Nederland heeft voor het eerst een nationale lijst opgesteld van 17 kritieke grondstoffen die belangrijk zijn voor de economie en veiligheid en tegelijkertijd een leveringsrisico kennen. De lijst is geadviseerd door het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) en is een van de instrumenten om de invulling van de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) met meer focus in te richten. In de ‘Kamerbrief Kabinetsinzet nationale grondstoffenstrategie’ informeren de ministers van Economische Zaken, Klimaat en Groene Groei, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Defensie de Tweede Kamer over deze aangescherpte aanpak.

Kritieke grondstoffen zijn onmisbaar voor de Nederlandse economie, veiligheid en de energie- en digitale transitie. Ze worden onder meer toegepast in batterijen, machines, defensiesystemen en hightechtoepassingen. Tegelijkertijd zijn productie en verwerking wereldwijd sterk geconcentreerd, waardoor afhankelijkheden ontstaan van een beperkt aantal landen. Geopolitieke spanningen, exportbeperkingen en verstoringen in handelsroutes maken die kwetsbaarheid zichtbaar. Daarom is het belangrijk om scherper te bepalen welke grondstoffen voor Nederland het meest urgent zijn om te volgen.

NMO-analyses als basis voor nationale prioritering

Het kabinet zet in op versnelling in de nationale grondstoffenstrategie door focus en een omslag naar prioritering. Het NMO draagt bij aan de kennisbasis. Op basis van analyses van leveringsrisico’s en economische relevantie is een nationale lijst van 17 kritieke grondstoffen opgesteld. Daarmee wordt duidelijk welke grondstoffen uit de Europese lijst voor Nederland het meest urgent zijn om te volgen en waar de inzet zich nadrukkelijker op richt.

De Nederlandse lijst heeft tot doel om gerichter te prioriteren binnen de bredere Europese inzet en stelt het kabinet in staat om specifieke Nederlandse belangen en industrie beter te dienen. Daarnaast blijft er ruimte om in Nederland projecten, ketens en bedrijven te ondersteunen die zich richten op kritieke grondstoffen en gerelateerde producten buiten deze nationale kritieke grondstoffenlijst.

De selectie van 17 nationale kritieke grondstoffen is gebaseerd op twee criteria die van invloed zijn op het leveringsrisico. Het eerste criterium is een hoge marktconcentratie van de mondiale productielanden, uitgedrukt in termen van de Herfindahl-Hirschman Index (HHI). Een HHI boven de 4225 wordt voorgesteld als grenswaarde, wat overeenkomt met de situatie waarin één land een marktaandeel van meer dan 65 procent heeft.

Het tweede criterium is dat de dominante productielanden een lage waardering voor bestuurlijke kwaliteit krijgen door de Wereldbank op basis van de World Governance Index. Als grenswaarde voor bestuurlijke kwaliteit wordt de World Governance Index van het laagst scorende EU-land voorgesteld. Voor de 17 nationale kritieke grondstoffen geldt dus:

  • Een HHI van boven de 4225
  • Én een gewogen WGI van onder de 0,05

De 17 grondstoffen op de nationale lijst

  1. Bismut
  2. Germanium
  3. Magnesium (metaal)
  4. Silicium-metaal
  5. Cokeskolen
  6. Natuurlijk grafiet
  7. Niobium
  8. Vanadium
  9. Vloeispaat
  10. Kobalt
  11. Platinagroepmetalen
  12. Wolfraam
  13. Fosfor
  14. Lithium
  15. Scandium
  16. Zeldzame aardmetalen
  17. Gallium

NMO kijkt verder dan grondstoffen

Daarnaast speelt kennisontwikkeling een belangrijke rol. Via internationale samenwerking en kennisprogramma’s draagt Nederland bij aan beter inzicht in grondstoffenstromen en waardeketens. Het NMO ondersteunt dit met activiteiten op het gebied van kennisuitwisseling en onderzoek in Zuid-Afrika, Chili, Vietnam en Canada.

Inzicht in kritieke grondstoffenafhankelijkheden biedt aanknopingspunten voor gerichter beleid. De nationale kritieke grondstoffenlijst helpt om prioriteiten te stellen en beleidsinzet beter te richten, zowel nationaal als internationaal. Het NMO blijft samen met publieke en private partijen, de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen monitoren en onderliggende afhankelijkheden verder in kaart brengen.