
Strategische keuzes in de energietransitie: inzicht in risico’s rond kritieke grondstoffen
De energietransitie in Nederland brengt een groeiende vraag naar kritieke grondstoffen met zich mee. Een nieuwe analyse van het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) laat zien dat keuzes in de energiesysteemplanning een grote invloed hebben op hoe deze vraag zich in de toekomst ontwikkelt. Afhankelijk van de opties - meer windenergie, meer elektrolysers, meer CO₂-opslag of het blijven inzetten op aardgas - verschuift de behoefte naar specifieke grondstoffen, elk met hun eigen risico’s op het gebied van leveringszekerheid en afhankelijkheid van Europese productiecapaciteit voor energietechnologieën.
Kwetsbare toeleveringsketens
Voor de opschaling van windmolens, zonnepanelen, batterijen en elektrolysers zijn materialen zoals lithium, kobalt, iridium en zeldzame aardmetalen onmisbaar. Deze grondstoffen zijn schaars en de winning is vaak geconcentreerd in enkele niet-Europese landen. Dit maakt toeleveringsketens kwetsbaar en vormt daarmee een risico voor het slagen van de energietransitie.
Materiaalstromen in een klimaatneutraal energiesysteem
Op basis van de TNO-studie ‘Towards a sustainable energy system for the Netherlands in 2050’ , zijn twee scenario’s vergeleken voor een toekomstig klimaatneutraal energiesysteem:
- ADAPT: in dit scenario zijn er beperkte veranderingen in de industrie en het gedrag van burgers, blijft de huidige economische structuur grotendeels behouden en neemt het gebruik van fossiele brandstoffen af, maar verdwijnt niet volledig. Er wordt ingezet op CO₂-opslag naast hernieuwbare energie. De totale energiebehoefte neemt toe.
- TRANSFORM: in dit scenario staan energiebesparing, elektrificatie en innovatieve technologieën centraal. CO₂-opslag speelt een beperkte rol en burgers leven duurzamer, met minder vleesconsumptie en minder vliegreizen. De totale energiebehoefte neemt af.
In beide scenario’s nemen de materiaalstromen voor veel kritieke grondstoffen toe, vooral na 2030. De grootste volumes ten opzichte van de huidige wereldwijde productie worden verwacht voor lithium, iridium, kobalt en ruthenium, gevolgd door vanadium, nikkel, dysprosium, terbium en tantaal. Deze materialen zijn cruciaal voor batterijen, elektrolysers, staallegeringen en NdFeB-magneten in windmolens en warmtepompen en zijn daarmee van strategisch belang voor de energietransitie. Veel van deze grondstoffen zijn bovendien essentieel voor het opbouwen van Europese productiecapaciteit voor energietechnologieën, wat ze extra belangrijk maakt vanuit het oogpunt van strategische autonomie.
Tijdige investeringen in recycling
Het hoge opschalingstempo dat in de scenario's wordt voorzien vanaf 2030 vergroot de druk op toeleveringsketens en leidt tot een sterke stijging van materiaalstromen. Na 2040 ontstaan substantiële end-of-life-stromen, waardoor tijdige investeringen in recyclinginfrastructuur cruciaal zijn om de circulaire economie te ondersteunen en de afhankelijkheid van primaire grondstoffen te verminderen.
Bekijk de volledige resultaten in het rapport: ‘Analyse van kritieke materialen-gerelateerde risico’s van een klimaatneutraal Nederlands energiesysteem’.